Wat kost een goede akoestische gitaar? Drie prijsklassen eerlijk bekeken
‘Wat moet ik uitgeven?’ is misschien wel de eerlijkste vraag die een beginner kan stellen, en het antwoord dat je in winkels krijgt, hangt verdacht vaak samen met wat er die maand in de aanbieding staat. Laat me het daarom eens zonder verkoopbelang opschrijven, zoals ik het al jaren aan leerlingen en hun ouders uitleg.
De ondergrens: waarom te goedkoop duur wordt
Er bestaan gitaren van veertig, vijftig euro. Sommige zijn verrassend oké, veel zijn dat niet: te hoge snaaractie, frets die vals intoneren, mechanieken die de stemming laten lopen. Het venijnige is dat een beginner die problemen niet herkent: die denkt dat híj het probleem is. Zo doodt een slecht instrument stilletjes de motivatie, en dat is de duurste uitkomst die er bestaat: geld kwijt én de muziek kwijt.
Mijn ervaring: het serieuze aanbod begint rond de honderd à honderdvijftig euro. Daaronder kan je geluk hebben, zeker tweedehands of met hulp van iemand die kan beoordelen wat er in je handen ligt. Maar wie blind bestelt, doet er verstandig aan niet ver onder die grens te duiken.
Instapklasse: 100 tot 300 euro
In deze klasse koop je een degelijk gebouwd instrument met gelamineerde kast en, richting de bovenkant van het segment, steeds vaker een massief bovenblad. De afwerking is netjes, de mechanieken doen hun werk en de intonatie klopt. Dit is de klasse waarin de meeste van mijn leerlingen beginnen, en terecht: alles wat je de eerste twee jaar leert, kan hierop.
Waar je in dit segment op let, heb ik in de koopgids uitgebreider beschreven; de kern is simpel: bespeelbaarheid gaat vóór alles. Een vlot spelende laminaatgitaar verslaat elke stug afgestelde gitaar met mooiere specificaties.
Middenklasse: 300 tot 800 euro
Hier gebeurt de grootste hoorbare sprong. Een massief bovenblad wordt de norm, de bouw is zorgvuldiger, en het instrument reageert op je aanslag: zacht spelen klinkt zacht, uithalen klinkt groots. Ook het speelcomfort stijgt: betere fretafwerking, stabielere stemming, minder gevecht.
Dit is de klasse die ik aanraad aan iedereen die wéét dat hij doorgaat. De vuistregel die ik gebruik: speel je na een jaar nog steeds wekelijks, dan verdien je een middenklasser, en je hoort elke euro verschil. Het is ook de klasse waarin de meeste instrumenten uit onze tests vallen, precies omdat de prijs-kwaliteitverhouding hier op zijn best is.
Topklasse: 800 euro en verder
Boven de achthonderd euro koop je volledig massieve instrumenten, handwerk, mooiere houtsoorten en, laten we eerlijk zijn, steeds kleinere stappen per uitgegeven euro. Het verschil tussen een gitaar van 300 en een van 900 hoort iedereen; het verschil tussen 900 en 2.500 hoort vooral de speler zelf, in nuances van klankkleur, dynamiek en afwerking.
Is dat het waard? Voor de gevorderde die zijn instrument dagelijks oppakt: absoluut, en niet alleen om de klank. Een prachtig instrument nodigt uit, en een gitaar die uitnodigt wordt bespeeld. Maar als eerste gitaar is dit segment zelden verstandig: je weet simpelweg nog niet welke klank en welk halsprofiel bij je passen.
Vergeet de bijkomende kosten niet
Reken bovenop de gitaarprijs op zo’n dertig tot vijftig euro voor het startpakket: stemapparaat, standaard, reservesnaren, eventueel een tas en plectrums. En budgetteer, welk segment je ook kiest, af en toe een setje verse snaren, de goedkoopste klankverbetering die er bestaat, zoals ik in de snarengids uitlegde.
Mijn eerlijke samenvatting
Begin rond de honderd à tweehonderd euro, of iets hoger als het budget het toelaat. Stap na een jaar trouw spelen over naar de middenklasse: dáár zit de mooiste sprong. En bewaar de topklasse voor het moment waarop je precies weet wat je zoekt. Wie het andersom doet, koopt twee keer verkeerd; wie het zo doet, heeft op elk niveau precies het instrument dat hij nodig heeft.