Een capo op je gitaar: wat hij doet en wanneer je hem gebruikt
Weinig accessoires roepen zoveel misverstanden op als de capo. De een noemt het een hulpmiddel voor luie gitaristen, de ander klemt hem standaard op fret twee zonder te weten waarom. Beide slaan de plank mis. Een capo is een transponeerklem — een stukje gereedschap met een heel precieze functie, dat zelfs door de allergrootsten wordt gebruikt.
Wat een capo doet
Een capo klemt alle zes snaren tegelijk af op één fret en wordt daarmee in feite een verplaatsbare topkam. Zet je hem op fret twee, dan klinkt alles wat je speelt twee halve tonen hoger, terwijl je vingerzettingen exact hetzelfde blijven. Een G-greep boven een capo op twee klinkt als A; boven een capo op vier als B.
Dat is alles. Geen magie, geen valsspelen: gewoon het nulpunt van de gitaar opschuiven.
Reden één: de zangstem
De belangrijkste reden om een capo te gebruiken heeft niets met gemak te maken en alles met zingen. Elk liedje heeft een toonsoort, en elke stem een comfortabele ligging — en die twee botsen voortdurend. Met een capo schuif je een nummer in stapjes van een halve toon omhoog tot het lekker in je stem ligt, zonder ook maar één nieuw akkoord te leren.
In mijn lespraktijk is dit hét moment waarop het kwartje valt: een leerling worstelt zingend met een net-te-laag nummer, capo op fret drie, zelfde grepen — en opeens klopt alles. Probeer het met je eigen favoriete liedje: schuif de capo fret voor fret op en luister waar je stem het minst moeite doet.
Reden twee: moeilijke toonsoorten omzeilen
Sommige toonsoorten liggen ellendig op de gitaar. Een liedje in Bes vraagt om barré-akkoorden aan de lopende band — maar met een capo op fret één speel je gewoon A-vormen, en met een capo op fret drie G-vormen. Zelfde klinkende muziek, fractie van de moeite. Dit is geen luiheid: het is instrumentkennis. Ook gevorderden kiezen de vingerzettingen die open snaren en klankkleur opleveren in plaats van sport.
Reden drie: de klankkleur
Hoger op de hals wordt de mensuur korter en klinkt de gitaar sprankelender, bijna richting een mandoline hoog op de hals. Singer-songwriters gebruiken dat bewust: twee gitaristen die hetzelfde nummer spelen, één zonder capo en één met capo op vijf met andere grepen, vullen elkaar prachtig aan zonder in elkaars vaarwater te zitten.
Waar je op let bij aanschaf en gebruik
Voor westerngitaren met hun gebogen toets is een capo met gebogen drukrand de standaard; klassieke gitaren hebben een vlakke, brede toets en vragen dus een vlak, breed model — die twee zijn niet uitwisselbaar. Verder wil je simpelweg gelijkmatige druk: genoeg om niets te laten zoemen, niet zoveel dat de snaren scherp gaan klinken.
Drie praktijkregels: plaats de capo vlak achter de fret (niet in het midden van het vak), stem even na — strak klemmen trekt snaren licht scherp — en haal hem na het spelen van de hals, want een permanent geklemde capo drukt putjes in je snaren en vermoeit de veer.
Kortom
Een capo transponeert: voor je zangstem, tegen onhandige toonsoorten, en voor een andere klankkleur. Hij vervangt geen techniek en hij verstopt geen gebrek aan kennis — hij is gereedschap, net als een stemapparaat. Elke gitarist die weleens zingt of begeleidt, hoort er een in zijn tas te hebben.