gitaartest.nl

Klassieke & akoestische gitaren, eerlijk getest

De geschiedenis van de klassieke gitaar: van vihuela tot Torres en de moderne concertgitaar

Oude klassieke gitaar op een houten tafel met bladmuziek

Wie vandaag een klassieke gitaar oppakt, houdt het resultaat van vijf eeuwen sleutelen vast. De vorm die wij zo vanzelfsprekend vinden (die zandloper met zes snaren en een mensuur van 650 millimeter) bestond nog niet toen Bach componeerde. Een korte reis door de stamboom van het instrument, want wie de geschiedenis kent, kijkt anders naar zijn eigen gitaar.

De voorouders: vihuela en luit

In het Spanje van de zestiende eeuw speelde de betere burgerij vihuela: een plat, gitaarvormig instrument met zes dubbele snaarparen, gestemd als een luit. Elders in Europa regeerde diezelfde luit, met zijn peervormige klankkast. De vroege gitaar, kleiner dan de vihuela en met slechts vier snaarparen, was in dat gezelschap het volksinstrument: makkelijker te bespelen, goedkoper te bouwen, en geliefd om liederen te begeleiden.

Die rolverdeling zou nog eeuwen doorklinken: de gitaar als toegankelijk instrument van het volk, dat zich langzaam maar zeker de concertzaal in speelde.

Barok en de vijfde snaar

Rond 1600 kreeg de gitaar een vijfde snaarpaar en daarmee een golf aan populariteit, tot aan het Franse hof toe: Lodewijk XIV speelde zelf. De barokgitaar was rijk versierd, licht gebouwd en klonk parelend, met veel roulades en gestrumde passages. Componisten als Gaspar Sanz schreven er muziek voor die gitaristen vandaag nog spelen.

Eind achttiende eeuw volgden twee beslissende stappen: de dubbele snaarparen maakten plaats voor zes enkele snaren, en de stemming E-A-D-G-B-E werd de standaard. Vanaf dat moment is het instrument in essentie herkenbaar als onze gitaar.

Torres: de vader van de moderne gitaar

De grootste sprong komt uit Almería. Antonio de Torres Jurado (1817-1892) vergrootte de klankkast, verdunde het bovenblad en perfectioneerde de waaiervormige balkjesstructuur eronder, waardoor het blad vrijer kon trillen en het instrument opeens een concertzaal kon vullen. Ook de mensuur van 650 millimeter die vrijwel elke klassieke gitaar vandaag draagt, is van Torres.

Het is nauwelijks overdreven om te zeggen dat elke moderne klassieke gitaar een variatie op Torres is. Gitaristen als Francisco Tárrega omarmden zijn instrumenten en schreven er het repertoire bij dat de gitaar definitief serieus maakte; de Recuerdos de la Alhambra is zonder Torres-klankkast eenvoudigweg niet denkbaar.

Segovia en de twintigste eeuw

Waar Torres het instrument bouwde, bouwde Andrés Segovia het podium. Met zijn tournees en transcripties dwong hij de concertwereld de gitaar als volwaardig klassiek instrument te nemen, en liet hij componisten origineel werk schrijven. In zijn kielzog kwam ook een technische revolutie: rond 1948 vervingen nylonsnaren de kwetsbare darmsnaren: stabieler van stemming, duurzamer, en met de zachte, draagkrachtige toon die we nu als vanzelfsprekend beschouwen.

De bouwers experimenteerden verder: nieuwe balkjespatronen, dubbele bladen, moderne materialen naast het klassieke ceder en sparren. Maar wie een hedendaagse concertgitaar naast een Torres uit 1880 legt, ziet vooral familie.

Waarom dit je eigen gitaar mooier maakt

De brede hals waar beginners soms over mopperen? Erfenis van een instrument dat voor polyfonie is gebouwd, waar elke vinger zijn eigen stem leidt. De waaierbalken onder het blad van je studiegitaar van tweehonderd euro? Torres. De nylonklank die je zo warm vindt? Een naoorlogse uitvinding die het instrument redde van de schaarste aan darmsnaren.

Een klassieke gitaar is, kortom, geen tijdloos gegeven maar een stapeling van slimme keuzes: Spaanse werkplaatsen, Franse salons, één geniale bouwer uit Almería. Dat besef speelt niet zuiverder, maar het speelt wel rijker.

← Alle artikelen · Bekijk de geteste gitaren →