Zo zit je gitaar in elkaar: elk onderdeel en zijn functie uitgelegd
Wie de namen van de onderdelen kent, begrijpt lessen sneller, leest reviews met meer profijt en kan in een winkel gericht vragen stellen. Loop daarom één keer rustig met me mee langs het hele instrument, bovenaan beginnend. Pak er gerust je eigen gitaar bij.
De kop en de stemmechanieken
Helemaal bovenaan zit de kop. Daarop staan de stemmechanieken: de tandwieltjes waarmee je de spanning van elke snaar regelt en dus de toonhoogte bepaalt. Bij klassieke gitaren is de kop meestal opengewerkt — je kijkt door twee sleuven heen — terwijl westerngitaren doorgaans een dichte kop hebben met de stemknoppen aan de zijkant.
Goede mechanieken draaien soepel, zonder speling, en houden de stemming vast. Slechte mechanieken zijn een van de grootste frustratiebronnen op goedkope instrumenten: je stemt, speelt twee liedjes en mag opnieuw beginnen.
De topkam
Op de overgang van kop naar hals ligt een klein richeltje van kunststof of been: de topkam. In de gleufjes daarvan rusten de snaren. De topkam bepaalt samen met de brug de snaarhoogte én de onderlinge afstand tussen de snaren. Een slecht gezaagde topkam maakt de laagste posities zwaar bespeelbaar — als de eerste frets onverklaarbaar veel kracht kosten, kijk dan eerst hier.
De hals, de toets en de frets
De hals is het lange deel waarop je linkerhand werkt. Daarop is de toets gelijmd, meestal van donker hout, met daarin de metalen fretjes. Elke fret verhoogt de toon met een halve stap. De stippen of blokjes op de toets zijn positiemarkeringen — op de meeste westerngitaren bij fret 3, 5, 7, 9 en 12, op klassieke gitaren vaak alleen opzij op de halsrand, of helemaal niet.
In veel stalen-snaren-halzen zit bovendien een verstelbare metalen kern, de truss rod, die de kromming van de hals corrigeert. Klassieke gitaren hebben die meestal niet nodig: nylonsnaren trekken veel minder hard.
De klankkast: bovenblad, zijkanten en achterkant
Dan het grote werk: de kast. Het bovenblad is de motor van de klank — daarover schreef ik eerder uitgebreid. De zijkanten en de achterkant sluiten de kast en kleuren de toon. Rond het klankgat zie je vaak een versierde ring, de rozet; bij flamencogitaren zit er soms een doorzichtige slagplaat naast, en veel westerngitaren hebben een slagplaat onder het klankgat die het blad tegen plectrumkrassen beschermt.
Binnenin, onzichtbaar maar cruciaal, zit de balkjesstructuur: houten ribben die het blad verstevigen en de trilling verdelen. De manier waarop die balkjes lopen is een van de best bewaarde keukengeheimen van gitaarbouwers.
De brug en het zadel
Onderaan het blad zit de brug, het houten blok waar de snaren eindigen. Bij een klassieke gitaar knoop je de snaren er letterlijk aan vast; bij een westerngitaar worden ze meestal met pinnetjes in de brug geklemd. In de brug ligt het zadel, het witte richeltje waar de snaren overheen lopen — de tweeling van de topkam, en samen bepalen ze de snaarhoogte.
Het zadel is ook de plek waar de trilling van de snaren het blad in gaat. Een versleten of slecht passend zadel kost hoorbaar klank; het vervangen ervan is klein onderhoud met groot effect.
Klein overzicht om te onthouden
- Kop + mechanieken — stemmen
- Topkam — snaargeleiding bovenaan, bepaalt mede de actie
- Hals + toets + frets — hier ontstaan de noten
- Klankkast met bovenblad — hier ontstaat het geluid
- Brug + zadel — verankering en overdracht van de trilling
Meer is het eigenlijk niet. Twintig minuten met dit lijstje en je eigen instrument op schoot, en je spreekt voortaan dezelfde taal als elke gitaarbouwer, docent en reviewer.